De oorsprong van de tarot

Er wordt van alles beweerd over de oorsprong van de Tarot. De tarot zou in India ontstaan zijn en door zigeuners meegenomen zijn naar West-Europa. Nee, zeggen anderen. De Tempeliers hebben ze in de middeleeuwen meegenomen uit het Heilige Land. Of nee: een geheim broederschap uit Noord-Afrika heeft de tarot bedacht.

Kortom: de oorsprong van de tarot is met mysterie omgeven. Wat in ieder geval zeker is, is dat het tarot (of tarock) kaartspel in de dertiende eeuw voor het eerst opduikt in Europese documenten. De oudst bekende Tarotkaarten stammen uit de vijftiende eeuw.



De tarot was in de late middeleeuwen populair bij het volk. Overigens niet alleen om de toekomst mee te voorspellen, maar vooral als gewoon kaartspel. Dit spel wordt in sommige delen van Frankrijk en Italie nog steeds gespeeld.

De paus vond dat toekomst voorspellen maar niets. Hij verbood het 'prentenboek van de duivel', hetgeen de populariteit van de tarot alleen maar ten goede kwam.

Pas nadat in 1781 Antoine Court de Gebelin in zijn boek Le Monde Primitif beweerde dat tarotkaarten "geheimen van de Egyptenaren" zouden bevatten, begon met Tarotkaarten te gebruiken voor het voorspellen van de toekomst. Sindsdien zijn er allerlei alternatieve theorieen over de oorsprong van de tarot ontstaan, waarvan echter de meeste zijn geformuleerd zonder de historische feiten in acht te nemen.

Ook al staat het nagenoeg vast dat de tarot niet oorspronkelijk bedoeld is voor waarzeggerij: tarotkaarten, met hun sterke symboliek, zijn zeer geschikt om als waarzegkaarten te gebruiken.